Donderdag 28 februari was geen hele vrolijke dag. Met een hoofd vol gepieker besloot ik na het werk even naar huis te gaan, de fotocamera en een kladblok op te halen en even naar het strand te gaan. Met de Bluebird, zolang hij er nog is. Goed, ik ben naar het eindpunt van lijn 12 gereden, heb de Bluebird geparkeerd en ben de duinen in gewandeld, op weg naar het strand.
Een zonsondergang zonder zon (zie volgende post) was mijn deel. Er viel veel te zien, helaas zo moeilijk om dat bij de invallende schemering goed te fotograferen. Ik ben erbij gaan zitten aan de rand van de duinen. Een grote groep kauwtjes was op het strand neergestreken, een paar honderd meter bij me vandaan. In de verte was het mistig, er was weinig wind maar toch een stevige golfslag.
Terwijl ik daar zo in de beschutting van het duin zat, in mezelf gekeerd, zag ik in de verte uit de richting van Kijkduin een eenzame gestalte langs de branding wandelen. Terwijl de persoon dichter bij kwam, gooide hij of zij met iets en rende daar ook achteraan. Een bal? Ik zag geen hond, maar het was nog wel ver weg en het schemerduister hielp niet mee. Ik zag het tafereel rustig aan. Het verlaten strand, die eenling die langs de branding mijn kant uit kwam. Het bleek een vrouw te zijn, zo kon ik inmiddels zien en inderdaad zonder hond. Tot mijn verbazing boog haar pad steeds meer van de branding af, dwars door de troep kauwtjes heen, recht op mij af. De vrouw naderde mij. Ik besloot te blijven zitten en vroeg me af wat ze kwam doen.
Toen ze op een paar meter afstand was riep ze: "Hallo! Ben jij dit verloren?", terwijl ze mij, nu op een meter afstand, een blauwe plastic fles toonde. "Is dit van jou?". "Nee, sorry, die is niet van mij", antwoordde ik haar, terwijl ik in het zand tegen het duin aan bleef zitten, hopende dat ze snel door zou lopen. Ze zag er vriendelijk uit, dat wel; ik schatte haar een jaar of 40 oud. Bruin krullend haar, een regenjack aan, opgewekte manier van doen. "O nou ja, dan is iemand anders het zeker verloren". Ik bekeek de het blauwe ding: een fles douchegel, leeg, waar duidelijk een hond op gekauwd had. De vrouw reikte me plotseling de fles aan en zei: "Wil jij hem anders bewaren?" Ik pakte de fles aan vanuit een reflex. Ze sprak verder: "Als je straks iemand tegen komt, geef hem dan die fles en zeg hem maar dat ik van hem houd!" Terwijl de vrouw zich vriendelijk lachend omdraaide en weer van mij weg liep, stamelde ik stomverbaasd: "Goed hoor, dat zal ik doen." De vrouw was al een paar meter verderop, draaide zich even om en riep "Bedankt!". Al snel was ze ver weg en nog wat later verdween ze uit het zicht.
Daar zat ik dan, met een half vergane fles Mildeen Vitality douchegel, moederziel alleen op het nu bijna donkere strand. Terwijl ik aanstalte maakte om terug door de duinen naar de auto te lopen, besefte ik me met enig plezier dat ik hoopte dat ik onderweg niemand tegen zou komen. Op dat moment ging gelukkig mijn telefoon, het was mijn moeder. Terwijl ik haar het hele verhaal vertelde, liep ik de duinen door. Gelukkig kwam ik daar alleen twee oude dames met oude honden tegen, dus verder niemand die ik mogelijkerwijs hoefde te vertellen dat de vrouw op het strand van hem hield. Bij de auto aangekomen heb ik de lege plastic fles op de auto gezet en er snel even een foto van gemaakt. Ik besloot dat het mijn luchtje niet was, Mildeen Vitality, en heb de fles op de stoeprand achtergelaten.